Wie zijn we?

 

De IOED Oost-Haspengouw & Voeren ontstond begin 2016 uit de werking van Zolad+, de intergemeentelijke samenwerking rond onroerend erfgoed in Zuidoost-Limburg. IOED staat voor Intergemeentelijke OnroerendErfgoedDienst en is een decretale term. We hanteren de afkorting vanwege de erkenning door bevoegd minister Bourgeois in 2015. De IOED Oost-Haspengouw & Voeren, kortweg IOED Oost, is werkzaam in de gemeenten Bilzen, Riemst en Voeren. Deze laatste twee gemeenten zijn op 1 april 2016 ook erkend als Onroerenderfgoedgemeente.

IOED Oost is het lokale aanspreekpunt voor architecten, bouwheren, projectontwikkelaars, eigenaars van monumenten en geïnteresseerden omtrent onroerend erfgoed. Jaarlijks behartigen de consulenten zo’n twintig dossiers per gemeente.

Meer info over de concrete werking vindt u in de jaarverslagen of in onze portfolio. Beiden zijn te vinden op de homepagina onder ‘downloads’.

Met vragen kan u altijd bij ons terecht:

ivm ondergronds erfgoed en de algemene coördinatie:          Tim[at]IOEDOost.be

ivm bovengronds erfgoed:                                                                Veerle[at]IOEDOost.be

 

Wij zijn ook te bereiken via ons algemene telefoonnummer +32 12 44 03 00 en via facebook.

Loading
Center map
Traffic
Bicycling
Transit

 

Voorgeschiedenis

De oprichting van Zuid-Oost-Limburgse Archeologische Dienst (ZOLAD) is debet aan de verschillende (amateur-)archeologen werkzaam in de streek. Dankzij hen werd het rijke archeologische bodemarchief van de streek meermaals in de kijker gezet. Bilzen had o.a. met meester Lux, Heli Roosens en later met Werner Wouters een lange traditie van archeologische werkzaamheden in de gemeente. Lanaken heeft de archeologische vondsten in Smeermaas, in het in de archeologische literatuur overbekende Neerharen en Rekem en natuurlijk in Veldwezelt. Riemst heeft het Magdaleniaan-site van Kanne, de waterburcht en de motte te Millen en de verschillende tumuli en villa’s langs de Romeinse heirbaan.

Precies omwille van deze rijkdom werd een vijftiental jaar geleden tussen de gemeente Riemst en de Vlaamse regering een archeologisch convenant afgesloten. Het allereerste in zijn soort. De gemeente Riemst verbond er zich o.a. toe een inventaris van het archeologisch bodemarchief bij te houden, de bouwvergunningen ter toetsing aan het toenmalige Instituut voor het Archeologische Patrimonium (IAP), thans agentschap Onroerend Erfgoed, voor te leggen en de inwoners regelmatig te informeren over de archeologische meldingsplicht. Dit convenant regelde dus het integrale beheer van het archeologisch bodemarchief in de gemeente.

Enkele jaren erna en enkele kilometers verder groeide bij de burgemeester van Bilzen het idee een archeologisch samenwerkingsverband tussen verschillende Limburgse gemeenten af te sluiten. Directe aanleiding hiervoor waren de verschillende vondsten in en rond Bilzen. Het idee werd om diverse redenen voorlopig echter in de koelkast gestopt.

In 2002 werd er voor de gemeente Riemst in het kader van de Centrale Archeologische Inventaris (een idee van toenmalig minister Sauwens) een Lokale Archeologische Advieskaart gemaakt. Tijdens diverse gesprekken tussen het toenmalige IAP en de gemeente Riemst werd de oprichting van een intergemeentelijke archeologische dienst besproken. Blijkbaar had het idee van burgemeester Sauwens van Bilzen al de gemeentegrens overschreden. Bovendien was er in Oost-Vlaanderen al een dienst in oprichting (www.deklad.be).

De oprichting

Het duurde nog tot in 2003 voor er daadwerkelijk actie in het dossier werd ondernomen. Vanuit Riemst werd het initiatief genomen om zes aangrenzende gemeenten uit te nodigen voor overleg over de oprichting van de ZOLAD. Het ging om Bilzen en Lanaken (samen met Riemst de oprichtende gemeenten), samen met Kortessem, Hoeselt en Voeren. De drie laatste hielden hun aansluiting in overweging. In november 2004 kreeg de ZOLAD de erkenning van de Vlaamse Overheid. Begin 2005 werden examens uitgeschreven, om uiteindelijk in april over te gaan tot de aanstelling van een archeoloog. De keuze viel hierbij op Tim Vanderbeken. Tim studeerde archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, vertoefde enige tijd in het buitenland en werkte vervolgens in Tongeren, Antwerpen en Gent. Omdat het archeologische jobklimaat te wensen overliet werkte hij hierna in Breda en Weert (NL). Op 2 mei 2005 begon Tim aan zijn taak als allereerste intergemeentelijke archeoloog op Limburgs grondgebied.

Een doorstart naar Zolad+

In februari 2009 kwam vanuit het agentschap Ruimte en Erfgoed een oproep tot proefprojecten voor Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddiensten (IOED). Het was de bedoeling om de intergemeentelijke samenwerking rond archeologie, die al enkele jaren haar meerwaarde bewees, te verruimen naar het totaalpakket van onroerend erfgoed – dus ook bouwkundig erfgoed en landschappen. Op dat moment waren ook gesprekken lopende met de gemeente Voeren voor toetreding. De ZOLAD, ondertussen met Voeren, deed een aanvraag bij het subsidiërende agentschap om haar takenpakket uit te breiden. In september 2009 gaf voogdijminister Bourgeois groen licht; de ZOLAD zou de eerste IOED in Vlaanderen worden en naast archeologie voortaan ook de zorg voor het gebouwde erfgoed binnen de aangesloten gemeenten behartigen. De taken rond landschappen werden voorlopig niet opgenomen.

De ZOLAD werd herdoopt tot Zolad+. Zolad+ is dus geen acroniem meer, maar een naam. De naam herinnert aan de vroegere intergemeentelijke archeologische dienst (IAD) maar krijgt door de ‘plus’ een extra dimensie, zijnde het bouwkundige erfgoed. Ook de statuten werden in die zin aangepast.

In november en december 2009 werden examens uitgeschreven om een intergemeentelijke erfgoedconsulent bouwkundig erfgoed aan te stellen. De keuze viel hier bij op Veerle Vansant, historica en master in de monumenten- en de landschapszorg. Zij trad in dienst op 1 januari 2010.

Het proefproject werd na één jaar positief geëvalueerd door het subsidiërende agentschap en verlengd. De werking van Zolad+ kon verder uitgebouwd worden. De vereniging bleef in het kader van het decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking uit 2001 vanuit de Vlaamse overheid gesubsidieerd. De dienst coördineerde en ondersteunde binnen de aangesloten gemeenten Bilzen, Lanaken, Riemst en Voeren de archeologische projecten en dossiers rond bouwkundig erfgoed.

Zolad+ werd in 2015 door minister Bourgeois erkend als één van de eerste Intergemeentelijke OnroerendErfgoeddiensten (of IOED) in Vlaanderen (zie http://IOEDOost.be/nieuws/zolad-erkend-als-intergemeentelijke-onroerenderfgoeddienst). In 2016 werd de dienst omgedoopt tot IOED Oost-Haspengouw & Voeren.

Het dagelijks bestuur

Het dagelijkse bestuur van de IOED Oost is in handen van een raad van bestuur. Voorzitter van deze raad is Guy Swennen, schepen te Bilzen. Hij volgde in 2013 Maike Meijers op, die in 2007 de fakkel over had genomen van Ivo Thys, stichtend voorzitter. De financiële beheerder is Huub Broers, burgemeester van Voeren. Schepen Mathieu Eycken is het stemgerechtigde lid voor Riemst.

De stemgerechtigde leden worden bijgestaan door Ivo Thys en Maike Meijers, gemeenteraadsleden in resp. Riemst en Bilzen. De raad van bestuur heeft ook een aantal administratieve krachten waarop de schepenen beroep kunnen doen.

Tot slot zijn er ook nog enkele technische adviseurs; Lieve Opsteyn, coördinator bij Erfgoed Haspengouw en An Digneffe, directeur bij het Regionaal Landschap Haspengouw & Voeren.